|
|
|
|
|
|
Limburg 1940-1945,
Hoofdmenu

Op 30 juli 1942 trouwde Sophie Rosette Leviticus in Dordrecht (waar haar familie woonde) met Louis Cahn.
Zie ook advertentie in het Joods Weekblad, van 7 augustus 1942, ter gelegenheid van de gelijktijdige bruiloft van Sophie en haar broer Henri. Daarin wordt het adres Grendelplein 8, Valkenburg genoemd. [1]
Dat was het ouderlijk huis van Lou, het is nu omgenummerd tot Grendelplein 7.
In Bezwaard verleden wordt het Arolsen archief geciteerd. Die link is helaas niet meer te bereiken. [2]
Na hun huwelijk ging het stel wonen aan de Korte Waal 30 in Amsterdam. Zij werden in onderduik gearresteerd.
Op de biografie van haar man Louis Jacques Cahn bij genealogieonline staat, dat zij daarvóór in Leerdam ondergedoken hebben gezeten en pas toen naar een nieuw duikadres in Amsterdam zijn getrokken. Zij waren natuurlijk nog ingeschreven in Valkenburg-Houthem en niet op hun duikadressen. Daar kwam de politie dan ook de oproep brengen bij de ouders van Lou, zoals we zullen zien. Daarbij moeten we onthouden, dat hun huwelijk op 30 juli 1942 in Dordrecht plaatsvond, en dat zij hadden moeten opkomen voor de eerste deportatie van 25 augustus 1942. Nadat Louis en waarschijnlijk ook zijn vrouw waren opgeroepen voor dat transport, zijn zij niet verschenen.
In het gemeentearchief van Valkenburg bevindt zich een brief, gedateerd 24 augustus 1942, van de vader van Louis aan de burgemeester. Hij schrijft dat zijn zoon in Dordrecht is getrouwd en niet teruggekeerd. “Bij navraag te Dordrecht kreeg ik bericht dat zij ook niet wisten waar de jong getrouwde lui zich bevonden. Nu denk ik dat hij met zijn vrouw naar Polen vertrokken zijn omrede dat hij steeds verklaarde in dien in Dordrecht de oproep kwam om naar Polen te vertrekken, hij zijn vrouw niet alleen liet vertrekken en juist om die reden een spoedhuwelijk is aangegaan”
In werkelijkheid dook het jonge paar onder bij een familie in Leerdam. Negen maanden later vertrokken zij naar Amsterdam. Daar werden zij opgepakt. Lou werd gevangen gezet in de gevangenis aan de Amstelveenseweg op 30 november 1942. Sophie is overgebracht naar de Hollandse Schouwburg. Uit de administratie van Westerbork blijkt dat Sophie op 8 december 1942 is gedeporteerd naar Auschwitz, waar zij op 29 jarige leeftijd stierf. Volgens de administratie van de Joodsche Raad ging Lou op 8 januari 1943 op transport naar Westerbork. Hij sprong echter uit de trein die hem naar Kamp Westerbork moest brengen. Hij werd beschoten en raakte gewond aan zijn benen en hoofd. Hij kon een politieagent die hem vond er toe bewegen hem te laten gaan door hem sieraden aan te bieden die hij in de zoom van zijn broek had verstopt. Bij de zus van Sophie in Amsterdam werden zijn wonden verzorgd. Vandaar ging hij terug naar zijn onderduikadres in Leerdam. Daar bleef hij tot de bevrijding. [3]
Hieruit kunnen we opmaken, dat Sophie nooit werkelijk in Valkenburg heeft gewoond. Tot haar huwelijk in Dordrecht, daarna ondergedoken in Amsterdam, via Leerdam. Tussen haar huwelijk en haar arrestatie was zij wel ingeschreven in Valkenburg. Dit speelt een rol bij de vraag, of zij vermeld zou moeten worden op het Joods Monument bij de ingang van de israëlitische begraafplaats in Valkenburg.
Voetnoten