Peter J. Schunck, Heerlen (NL) text, no JavaScript Log in  Deze pagina in het NederlandsDiese Seite auf DeutschThis page in EnglishCette page en Français

Peter Joseph Schunck kwam op eenjarige leeftijd met zijn ouders uit Hauset naar Heerlen (zie ook Arnold Schunck, een wever die zich handhaafde). Hij zette de detailhandel, die zijn ouders daar naast de kerk hadden opgebouwd, om in een warenhuis.
• Peter Josef Schunck in de stamboom
Biografie in het Rijckheyt Archief
Statenloos
Glaspaleis in Heerlen

Peter Schunck & Christine Cloot,
Glaspaleis in Heerlen, 1953

Schunck, Peter Joseph

  • ∗ 31 okt 1873, Hergenrath (B), †13 juli 1960, Heerlen (NL)
  • × Cloot, Christine ∗ 24 dec. 1879, Berg en Terblijt; † 15 sept. 1959, Heerlen

    Hij was de oudste zoon van de wever Arnold Schunck en Anna Maria Küppers . Op heel jonge leeftijd kwam hij met zijn ouders naar Heerlen. Van jongs af aan hielp hij mee in de zaak van zijn ouders. Na zijn middelbare school werkte hij er de hele week. Bij de dood van zijn vader had het bedrijf al 60 medewerkers. Peter had het zakelijk talent geërfd van zijn moeder. Hij was de eerste, die in Heerlen spiegelruiten in zijn zaak liet zetten, voor die tijd een sensatie. Zijn talent en vooral zijn doorzettingsvermogen werden tien jaar later, tijdens de Eerste Wereldoorlog, flink op de proef gesteld. Door de oorlog 1914-1918 ontstond schaarste aan textiel, er moesten hoge prijzen voor worden betaald. Maar aan het einde van de oorlog waren de prijzen aan geweldige schommelingen onderhevig. Schunck kocht bijv. stoffen in tegen f 12,- per meter en moest die dezelfde dag weer voor f 7,- per meter verkopen. Twee jaar later, toen de aanvoer weer normaal was, werd voor dezelfde stof 70 cent per meter betaald.
    In de jaren twintig kreeg hij te maken met een moordende concurrentie uit Duitsland: door de inflatie was de mark gedevalueerd tot een cent. In Aken kon men het mooiste kostuum kopen voor f 17,-, in Heerlen kostte het f 70,-. Peter Schunck wist zich toch te handhaven. hij kocht zelfs 4 autobussen, waarmee hij de klanten vanuit Sittard, Valkenburg en De Locht naar zijn winkel liet vervoeren. Tijdens de crisis in de jaren dertig, toen de mijnen het diepste dal van hun bestaan beleefden, wist Schunck toch nog winst te maken.

    Foto: bouwplaats nieuwbouw 1933
    In 1935 werd zelfs een nieuw pand betrokken, het nog altijd bestaande glaspaleis aan de Bongerd. Dit gebouw van glas en beton van de architekt Peutz was voor die tijd zeer vooruitstrevend.
    De Tweede Wereldoorlog bracht voor het Schunckgebouw veel ellende; drie keer werd het glaspaleis door bommen getroffen. Eind 1944 werd het pand gevorderd om als hoofdkwartier voor de Amerikaanse generaals Patton en Simpson te dienen. Enkele maanden later werd het "restcenter" voor de Franse "maquis" (verzetstroepen). Vooral de laatste bewoners zijn niet bepaald zachtzinnig met het interieur omgesprongen.. Na de oorlog gingen de zaken weer voorspoedig, zelfs zó goed, dat in 1954 een tweede zaak in Geleen werd geopend. De nadruk in deze zaak lag op dameskleding.
    Zie ook: Het glaspaleis

    Peter Schunck bleef ondanks deze successen een bescheiden en goedmoedige man, die zeer geliefd was bij zijn personeel en zijn grote familie. Onvergeten blijven met name bij zijn kleinkinderen de bezoeken aan de "daktuin", het penthouse op het glaspaleis.
    Naast zijn drukke werkzaamheden nam hij nog deel aan het verenigingsleven. Hij was lid van het kerkelijk zangkoor St. Pancratius, beschermheer van de Koninklijke Harmonie St. Caecilia, bestuurslid van de Vincentiusverenigung en van de Spaarbank St. Pancratius, die nu is opgegaan in de SNS Bank. Voor zijn vele verdiensten kreeg hij de pauselijke onderscheidung "Pro Ecclesia et Pontifice". Peter Schunck overleed op 86-jarige leeftijd, een half jaar na zijn vrouw Christine.

    Uit: Dorpsfiguren, ereburgers en notabelen, blz. 127.
    top